Vertrouwen in de markt
03-11-2011, Niels Hoefnagels
Misschien is het moeilijk, met een mogelijke economische crisis in zicht. Maar het is toch nog altijd het bedrijfsleven, en niet de overheid, dat de belangrijkste motor is achter innovaties en economische groei. Als overheid doen we ons best om gewenste ontwikkelingen te stimuleren, maar de echte actie moet van het bedrijfsleven komen. En dat gebeurt ook nog altijd.
Tijdens de afgelopen Statenvergadering hebben we de economische visie van de provincie Utrecht voor de komende jaren vastgesteld. We brengen focus aan in onze inspanningen, om de nieuwe kansen die we zien voor het bedrijfsleven zo goed mogelijk te ondersteunen. Natuurlijk: we zijn in de regio sterk in de zakelijke en financiële dienstverlening, in transport en in logistiek. Maar juist op die ontwikkelde terreinen, heeft een overheid (en zeker de provinciale overheid) nauwelijks toegevoegde waarde. We gaan ons dan ook richten op nieuwe markten, die zich ontwikkelen rondom sectoren waar we in de regio goede kansen zien: gaming (waarvoor we de beste opleidingen hebben), lifescience (rondom de sterk vertegenwoordigde zorgsector) en duurzaamheid (rondom de aansprekende kennisinstituten).
De discussie ging maandag, door de inzet van de linkse oppositie, vooral over de gewenste focus op banen voor laagopgeleiden. Dan kom ik terug op de kracht van het bedrijfsleven: een goed lopend bedrijf vraagt vanzelf om ondersteunende diensten die door laagopgeleiden kunnen worden uitgevoerd. Investeren in de markt voor glazenwassers is een nutteloze actie. De schoonmaakbranche zit ook niet op provinciale stimulering te wachten. Die markten groeien vanzelf als meer bedrijven hun ruiten willen laten wassen, of vloeren willen laten schoonmaken. In een groter bedrijf zal niet iedereen zijn eigen boterhammen meer meenemen, zodat vraag ontstaat naar kantinediensten, etc, etc. Het is niet voor niets dat er in onze regio nauwelijks verschil is tussen werkloosheid voor laagopgeleiden en hoogopgeleiden. Het is jammer om te zien dat met name de PvdA het vertrouwen in die markt blijkbaar aan het verliezen is.
Ik vind overigens de Dutch Game Garden een mooi voorbeeld: opgezet met steun van de provincie, en mede op initiatief van Hogeschool en Universiteit Utrecht, werken zij tegenwoordig samen met het MBO, omdat blijkt dat daardoor de juiste ondersteuning kan worden geboden. En inderdaad: dat is geen laag geschoold personeel, maar het is wel de richting waarin ontwikkelingen vaak gaan. Werden 20 jaar geleden de ICT-helpdesks bemand door academici, tegenwoordig zijn het MBO-ers die ons ondersteunen bij ons dagelijks werk.
Het is niet de taak van de overheid om specifiek stimuleringsbeleid te hebben voor werkgelegenheid voor laag geschoold personeel. Het is wel de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat er steeds minder laag geschoold personeel is. Onderwijs is de sleutel tot een goede toekomstvaste baan. Het streven van D66 om iedere jongere minimaal met een MBO-diploma naar de arbeidsmarkt te brengen, is dan ook de beste remedie tegen werkloosheid. Ik zal het nog maar eens herhalen: D66 = onderwijs, onderwijs, onderwijs. Maar dat is geen provinciale kerntaak, dus daar zul je mij niet vaak over horen.




word lid